Er zijn verschillende risicofactoren die bijdragen aan het ontstaan van slagaderverkalking (atherosclerose). Denk bijvoorbeeld aan genetische aanleg, roken, overgewicht, een gebrek aan lichaamsbeweging, ongezonde voeding, een te hoog cholesterolgehalte, hoge bloeddruk en diabetes1.
Sommige risicofactoren liggen buiten onze controle en kunnen we niet actief beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan iemands etniciteit, familiale voorgeschiedenis of genetische aanleg.
Andere risicofactoren daarentegen hebben we wél zelf in de hand. Zo kan stoppen met roken, een actievere levensstijl aannemen, gezond eten en minder alcohol drinken het risico op slagaderverkalking (atherosclerose) aanzienlijk verlagen.
Het verband tussen te hoge cholesterol en slagaderverkalking
Vooral een te hoog gehalte aan ‘slechte’ cholesterol (LDL-C) verdient bijzondere aandacht. Hoewel slagaderverkalking (atherosclerose) meestal het gevolg is van een combinatie van risicofactoren, is een verhoogde LDL-C-waarde de enige risicofactor die op zichzelf al de ontwikkeling van deze slagaderverkalking (atherosclerose) kan veroorzaken2.
In België heeft de helft van de bevolking een te hoge cholesterolwaarde3. Daarom zijn regelmatige controles van bloeddruk en cholesterolgehalte bij de huisarts van groot belang.
Voor mannen wordt aanbevolen om op 35-jarige leeftijd hun eerste cholesteroltest te laten uitvoeren, voor vrouwen is dat op 45-jarige leeftijd4. Personen die cholesterolverlagende medicatie gebruiken, zouden jaarlijks een cholesteroltest moeten krijgen om te evalueren of hun waarden onder controle zijn⁶.
Daarnaast is het raadzaam om minstens om de twee jaar de bloeddruk te laten controleren5.
Wat is een goede cholesterolwaarde?
Wat als een ‘goede’ of ‘normale’ cholesterolwaarde wordt beschouwd, verschilt van persoon tot persoon. Dit hangt onder andere af van risicofactoren zoals diabetes, hoge bloeddruk of nierziekten. Ook een voorgeschiedenis van cardiovasculaire aandoeningen, zoals een hartaanval of beroerte, speelt een rol. Daarom bepalen artsen per patiënt welke cholesterolwaarden wenselijk zijn.
Een eenvoudige bloedtest volstaat om het cholesterolgehalte te meten. Daarbij worden meestal het totale cholesterol, HDL-C (goede cholesterol), LDL-C (slechte cholesterol), non-HDL-C (alle cholesterol behalve HDL) en triglyceriden (vetten die samen met cholesterol in het bloed circuleren) in kaart gebracht.
Toch is het belangrijk te beseffen dat niet iedereen zijn of haar cholesterolwaarden op peil krijgt door enkel de levensstijl aan te passen. Wanneer de LDL-cholesterol te hoog blijft, zijn medicijnen soms noodzakelijk7. Die medicatie vervangt een gezonde levensstijl niet, maar vormt een aanvulling op evenwichtige voeding en voldoende lichaamsbeweging.
Het is aan de arts om te bepalen welke behandeling het meest geschikt is voor elke patiënt. Positieve veranderingen in levensstijl, gecombineerd met de juiste medische aanpak, kunnen de progressie van slagaderverkalking (atherosclerose) vertragen8 en zo het risico op hartaanvallen en beroertes verkleinen.
Het verband tussen LP(a) en slagaderverkalking
Lp(a), of lipoproteïne(a), is een vetachtig deeltje in je bloed dat lijkt op het bekende LDL-cholesterol, maar met een extra eiwit eraan vast. Als je Lp(a)-waarde te hoog is, kan dat je risico op hart- en vaatziekten verhogen zelfs als je verder gezond leeft of al cholesterolverlagende medicijnen gebruikt 9,10.
Wat Lp(a) bijzonder maakt, is dat het bijna volledig erfelijk bepaald is. Je levensstijl heeft er weinig invloed op. Ongeveer 1 op de 5 mensen heeft van nature een verhoogde Lp(a)-waarde 9,11,12.
Een te hoge Lp(a)-waarde kan bijdragen aan aderverkalking (atherosclerose), omdat het ontstekingen in de bloedvaten kan veroorzaken en de opbouw van vet in de vaatwand bevordert. Daardoor stijgt het risico op hartaanvallen, beroertes en andere hart- en vaatproblemen 9,13-15.
Daarom raden internationale richtlijnen aan om minstens één keer in je leven je Lp(a)-waarde te laten meten, zeker als hart- en vaatziekten in je familie voorkomen 16,17.