1. Wat gaat er goed in Nederland, en waar ben je het meest trots op?
“Nederland is zeer aantrekkelijk voor klinisch onderzoek door zijn wetenschappelijke kwaliteit, sterke academische infrastructuur en ervaren onderzoekscentra. We hebben zeer deskundige onderzoekers, betrokken studieteams, goed uitgeruste ziekenhuizen en een lange traditie van samenwerking tussen academie, zorg en industrie. Die combinatie maakt dat Nederland wetenschappelijk relevant is en blijft bijdragen aan medische vooruitgang.
Waar ik het meest trots op ben, is de inzet van patiënten en zorgprofessionals bij klinische onderzoeken, juist nu de zorgcapaciteit onder druk staat. Dankzij hun inzet blijft Nederland wetenschappelijk relevant en levert het een betekenisvolle bijdrage aan medische vooruitgang.”
2. Waar liggen de grootste uitdagingen voor klinisch onderzoek in Nederland en Europa?
“Nederland heeft een sterke positie in klinisch onderzoek, met academische centra, ziekenhuizen, ervaren onderzoekers en nauwe samenwerking met de industrie. Tegelijkertijd neemt de internationale concurrentie toe, vooral vanuit de Verenigde Staten en Azië. Snelheid, voorspelbaarheid en administratieve eenvoud zijn steeds belangrijker bij de keuze in welke landen klinische studies worden opgestart.
Ook de toegang tot innovatieve geneesmiddelen speelt een belangrijke rol in de keuze voor klinische onderzoeken. Wanneer nieuwe behandelingen in Nederland minder snel of minder breed beschikbaar zijn, is er minder keuze is voor de allocatie van klinische onderzoeken. Daardoor kunnen patiënten minder snel toegang krijgen tot nieuwe behandelingen en bestaat het risico dat studies, investeringen en expertise verschuiven naar landen waar toegang en uitvoering beter geregeld zijn.”
3. Hoe innoveert Novartis in de organisatie en uitvoering van klinische studies?
“De positie van Novartis Nederland in de recente Nederlandse R&D Top 501 onderstreept de kracht van onze onderzoeksbasis. Bij Novartis worden klinische studies grotendeels door een eigen team aangestuurd vanuit sterke interne expertise, aangevuld met externe partners waar dat passend is. Zo houden we overzicht over het volledige proces en kunnen we flexibel inspelen op verschillende typen studies.
Onze innovatie zit vooral in het continu verbeteren van de opzet en uitvoering van klinische onderzoeken: van een grondige haalbaarheidsanalyse vooraf tot duidelijke, gerichte protocollen en blijvende aandacht voor operationele eenvoud. Zo richten we ons op het sneller, consistenter en voorspelbaarder uitvoeren van klinische onderzoeken, met behoud van hoge standaarden voor patiëntveiligheid, datakwaliteit en naleving van wet- en regelgeving.”
4. Wie worden er betrokken bij jullie klinische onderzoeken?
“Partnerschappen zijn onmisbaar voor onze klinische onderzoeken. Afhankelijk van het onderzoek werken we samen met ziekenhuizen, academische centra, Contract Research Organizations (CRO’s) en soms ook patiëntenorganisaties. Door deze expertise samen te brengen, kunnen we de haalbaarheid van studies beter beoordelen, mogelijke uitdagingen vroegtijdig signaleren en tijdens de uitvoering nauw blijven samenwerken. Zo ondersteunen we een kwalitatief hoogwaardige en consistente uitvoering.
Ook betrekken we het patiëntperspectief al vroeg in het proces. Inbreng van patiënten helpt ervoor te zorgen dat de haalbaarheid, onderzoeksopzet en uitkomsten beter aansluiten bij de praktijk. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om praktische zaken zoals ziekenhuisbezoeken, reistijd en de totale tijdsinvestering. Zo worden studies realistischer voor patiënten om aan deel te nemen en af te ronden.
Daarnaast kijken we al vroeg in het studieontwerp naar inclusie en diversiteit: wie vertegenwoordigd is en of bepaalde groepen onbedoeld worden uitgesloten. Dat maakt onderzoek relevanter voor verschillende patiëntgroepen en beter toepasbaar in de dagelijkse zorgpraktijk.”
5. Wat hoop je de komende jaren te bereiken in jouw rol?
“Mijn prioriteit is dat Nederland een betrouwbare en aantrekkelijke plek blijft voor klinisch onderzoek. Een land waar patiënten vroeg toegang kunnen krijgen tot innovatieve behandelingen en waar onderzoekers en studieteams betekenisvol kunnen bijdragen aan de ontwikkeling daarvan.
Voor mij gaat het niet alleen om het aantal studies, maar vooral om betrouwbare uitvoering: realistische haalbaarheid, voorspelbare opstart, sterke relaties met onderzoekslocaties en hoogwaardige uitvoering in de praktijk. De Internationale Dag van het Klinisch Onderzoek is daarom ook een moment om stil te staan bij iedereen die dit mogelijk maakt: patiënten, zorgprofessionals, onderzoekers en studieteams. Hun inzet is essentieel om klinisch onderzoek te versterken en verschil te maken voor patiënten, nu en in de toekomst.”